Gemeenten doen meer aan preventie kindermishandeling, maar bereik onduidelijk

20 nov 2017

Gemeenten hebben ten opzichte van 2014 steeds meer beleid op preventie van kindermishandeling. Toch zijn er nog steeds gemeenten die geen of nauwelijks preventiebeleid hebben. Ook hebben de meeste gemeenten de risicogroepen voor kindermishandeling beperkt in beeld. Er gebeurt dus meer aan preventie, maar we weten niet of het de kinderen en ouders bereikt die het nodig hebben. Dit concludeert de Kinderombudsman in het rapport De gemeentelijke inzet voor preventie van kindermishandeling, Stand van zaken oktober 2017, dat vandaag bij de start van de Week tegen Kindermishandeling wordt gepresenteerd.

Aan het onderzoek hebben 169 gemeenten meegewerkt door het invullen van een online vragenlijst. De data-analyse is uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut. Het rapport laat zien dat sinds het onderzoek van de Kinderombudsman uit 2014 naar de gemeentelijke aanpak van de preventie van kindermishandeling, een stijgende lijn op beleid zichtbaar is. Zo hebben meer gemeenten beleid gericht op het trainen van professionals in het signaleren van kindermishandeling en het gebruik van de meldcode kindermishandeling. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer is blij met deze ontwikkelingen: 'Alle kinderen hebben recht op bescherming tegen kindermishandeling en verwaarlozing. Die bescherming begint bij preventie.'

Meer beleid, maar ook meer bereikt?

Er is steeds meer beleid op preventie van kindermishandeling, maar gemeenten geven aan beperkt zicht te hebben op de doelgroepen met een verhoogd risico en het bereik van hun beleid. De Kinderombudsvrouw vindt dit een groot probleem: 'Op dit moment weten we simpelweg niet of de kinderen en ouders die het nodig hebben bereikt worden. We moeten doelgroepen in beeld krijgen en ervoor zorgen dat ze ook daadwerkelijk worden bereikt. Anders wordt er geen kind minder mishandeld.'

Ook geeft vijf procent van de gemeenten aan helemaal geen preventiebeleid te hebben en nog eens achttien procent scoort onder de maat. 'Onbegrijpelijk', vindt de Kinderombudsvrouw. 'Deze gemeenten doen op papier dus helemaal niets of bijna niets om kindermishandeling te voorkomen.' Daarnaast is er bij veel gemeenten nog te weinig beleid gericht op voorlichting aan jonge ouders over geweldloos opvoeden, huilgedrag van baby's en het Shaken baby syndroom. Ook beleid gericht op voorlichting aan kinderen binnen het onderwijs over geweld is in veel gemeenten niet aanwezig.

Kinderen in beeld

In vergelijking met 2014 zijn belangrijke stappen gezet. 'Maar we zijn er nog niet', aldus de Kinderombudsvrouw. Ze roept gemeenten op om te streven naar een zo volledig mogelijk preventiebeleid waarbij zicht is op de doelgroepen en het bereik daarvan. Beleid moet zich vanaf nu vooral richten op de onderdelen waar gemeenten nu nog het meest laten liggen, namelijk voorlichting aan alle jonge ouders en het voorlichten van kinderen in het onderwijs. Ook moet er geïnvesteerd worden in kennis over en het bereiken van de juiste doelgroepen: 'Alle kinderen hebben het recht op een veilige kindertijd. Voor de ruim 118.000 kinderen die te maken krijgen met kindermishandeling en verwaarlozing geldt dit nu niet. Vandaag, op de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind, vraag ik aandacht voor deze kinderen.'