Jongensbesnijdenis alleen onder strikte voorwaarden

16 sep 2014

De Kinderombudsman is geen voorstander van een jongensbesnijdenis op jonge leeftijd, omdat het kind geen keus heeft en het onomkeerbaar is. Hij wil ook geen wettelijk verbod, omdat de vrees bestaat dat dan de handeling niet meer door professionals wordt gedaan.

Kinderen hebben naast het recht op een religieuze identiteit en levensbeschouwing, ook het recht om gekend te worden in beslissingen die hen aangaan en op een zo groot mogelijke gezondheid. Ouders moeten bij jongensbesnijdenis de culturele of religieuze waarde van het gebruik zorgvuldig afwegen tegen deze andere rechten van het kind. De overheid moet zorgen voor goede informatievoorziening en het gebruik van verdoving, gekwalificeerde professionals en hygiënische faciliteiten verplicht stellen.

Rituele jongensbesnijdenis wordt door voor- en tegenstanders verschillend uitgelegd. De een definieert het als 'een onomkeerbare en medisch gezien onnodige ingreep, uitgevoerd bij een minderjarige die daarover niet kan meebeslissen'. De ander omschrijft de besnijdenis als 'een identiteit bepalend gebruik met fundamentele culturele en/of religieuze betekenis'. De discussie wordt in binnen-en buitenland gevoerd en een eenduidig gedragen standpunt is er niet.

Kinderrechtenverdrag

De vraag of jongens in Nederland, ook op jonge leeftijd, besneden zouden moeten kunnen worden, raakt aan verschillende fundamentele rechten en vrijheden van kinderen die zijn vastgelegd in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). In Nederland zijn het vooral de joodse en islamitische gemeenschappen die hun zoons laten besnijden. Bij joden gebeurt dat op de 8e dag na de geboorte, bij moslims gebeurt dat doorgaans tussen het vierde en tiende levensjaar. De eeuwenoude traditie heeft voor beide gemeenschappen een fundamentele, identiteit bepalende waarde.

Spanningsveld verschillende kinderrechten

Duidelijk is dat jongensbesnijdenis een spanning oplevert in de driehoek van de rechten van het kind, de vrijheid van ouders en de rol van de staat. De discussie kan op principiële en op meer pragmatische gronden worden gevoerd.  Het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties, dat duiding geeft aan de artikelen uit het IVRK, heeft zich niet helder uitgesproken over jongensbesnijdenis. Ook het verdrag zelf spreekt zich niet specifiek uit over het onderwerp.

Wel raken verschillende bepalingen uit het verdrag hieraan:

  • Artikel 3 stelt dat het belang van het kind voorop moet staan bij alle maatregelen die kinderen betreffen;
  • Artikel 18 bepaalt dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kind en daarbij past een in beginsel terughoudende opstelling van de overheid;
  • Artikel 14 bepaalt dat de overheid de vrijheid van godsdienst van het kind eerbiedigt, inclusief het recht van ouders om het kind hierin te leiden in overeenstemming met de zich ontwikkelende vermogens van het kind;

Maar waar het gaat om de veiligheid en gezondheid van het kind schrijft het verdrag ook een vergaande verantwoordelijkheid toe aan de overheid, die zo nodig kan ingrijpen in de relatie tussen ouder en kind:

  • Artikel 19 stelt dat de overheid het kind moeten beschermen tegen lichamelijk en geestelijk letsel;
  • Artikel 24 bevat het recht op de grootst mogelijke gezondheid, inclusief de verplichting van de Staat om passende maatregelen te treffen tegen traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid.

Geen voorstander wettelijk verbod

Zonder voorbij te willen gaan aan de grote waarde die religieuze gemeenschappen hechten aan rituelen zoals jongensbesnijdenis, is de Kinderombudsman, vanuit het IVRK beredeneerd, geen voorstander van het op jonge leeftijd besnijden van jongens. De belangrijkste overweging hierbij is dat het hier gaat om een onomkeerbare ingreep, waarbij inbreuk wordt gemaakt op de lichamelijke integriteit van het kind, waarin de jeugdige niet is gekend. Doordat de ingreep over het algemeen op jonge leeftijd plaatsvindt, levert de praktijk zoals die nu bestaat in ieder geval een spanning op met het Kinderrechtenverdrag. Hij begrijpt dan ook hoe de Scandinavische Kinderombudsmannen tot hun standpunt zijn gekomen.

Desondanks is de Kinderombudsman niet voor een wettelijk verbod op jongensbesnijdenis, omdat dit niet in het belang van het kind is. Kijk je verder dan de principiële discussie, dan dient er zich een meer pragmatisch argument aan. De directe nadelen van jongensbesnijdenis zijn de fysieke pijn en het risico op complicaties, zoals bloedingen, infecties of verlittekening. Het is in het belang van het kind dat deze gezondheidsrisico's voor het kind tot een minimum beperkt worden.

Een wettelijk verbod om jongens op jonge leeftijd te besnijden zal er niet automatisch toe leiden dat ouders er voor zullen kiezen om hun kinderen niet, of pas op latere leeftijd te laten besnijden. Dat betekent dat de kinderen om wie het gaat er veel meer baat bij hebben dat gegarandeerd kan worden dat de ingreep gedaan wordt door gekwalificeerde professionals, onder hygiënische omstandigheden en onder narcose of een plaatselijke verdoving.

Ouders zijn verantwoordelijk voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van hun kind en zijn gerechtigd daartoe beslissingen te nemen te nemen voor hun jonge kinderen. De Kinderombudsman pleit ervoor de keuze voor een besnijdenis bij ouders te laten, maar daar van overheidswege wel verplichte kaders voor te scheppen. De besnijdenis moet plaatsvinden onder de best mogelijke omstandigheden. Dus in een ziekenhuis of erkende kliniek, onder verdoving en door professionele handen. De overheid moet daarnaast zorgen voor goede, actieve informatievoorziening aan ouders over de mogelijke risico's van de besnijdenis. Ouders moeten vervolgens zelf de culturele of religieuze waarde van het gebruik afwegen tegenover de risico's op complicaties én de lichamelijke en geestelijke integriteit van het kind.

Scandinavië

Ook in andere Europese landen speelt deze discussie. De Kinderombudsmannen in Noorwegen, Zweden, IJsland, Denemarken en Finland brachten in 2013 een gezamenlijke verklaring naar buiten over jongensbesnijdenis. Volgens hen is het gebruik in strijd met artikel 12 IVRK: het kind heeft in overeenstemming met zijn leeftijd het recht om zijn mening te geven in beslissingen die hem aangaan. Door het feit dat jonge jongens zelf niet kunnen beslissen over de ingreep, worden volgens mijn collega's fundamentele medisch-ethische principes geschonden. De Scandinavische ombudsmannen zien graag dat een besnijdenis in de toekomst alleen uitgevoerd mag worden als de jongen in kwestie oud genoeg is om daarover zelf te beslissen.