Kinderombudsman over vaccinaties tegen mazelen

16 jul 2013

In het VN Kinderrechtenverdrag is vastgelegd dat kinderen recht hebben op een zo goed mogelijke gezondheid. Het vaccineren tegen ziektes, zoals de mazelen, draagt daartoe bij. De gevolgen van mazelen kunnen ernstig zijn. Het kind kan uiteindelijk zelfs komen te overlijden. Ook doofheid en hersenbeschadiging kunnen het gevolg zijn. Bij de vorige grote mazelen-uitbraak in 1999/2000 stierven drie kinderen. De Kinderombudsman vindt dan ook dat zo veel mogelijk kinderen in Nederland gevaccineerd moeten worden, om te voorkomen dat zij, of anderen, gehandicapt raken of zelfs overlijden.

Zet het kind centraal

Kinderen en hun ouders hebben recht om hun eigen godsdienst of levensovertuiging te belijden en daarnaar te leven. Ook dat recht is in het Kinderrechtenverdrag vastgelegd. Maar wanneer dat betekent dat het kind ernstige gezondheidsrisico's loopt en zelfs kan komen te overlijden, is het van belang een zorgvuldige afweging te maken. De Kinderombudsman roept ouders op bij de keuze om hun kind al dan niet te laten vaccineren het belang van het kind centraal te stellen. Ook is het van belang om daarbij te luisteren naar het kind zelf, als dat oud genoeg is om zijn eigen mening te geven. Het kind heeft namelijk ook het recht om gehoord te worden, inzake beslissingen die hem aangaan en aan de mening van het kind moet volgens het Kinderrechtenverdrag passend belang worden gehecht. In het Nederlandse gezondheidsrecht wordt dan ook aan kinderen vanaf 12 jaar een (mede)beslissingsbevoegdheid toegekend.

Indien ouders vaccinatie weigeren en het kind aandringt op vaccinatie, mag het kind beslissen indien de hulpverlener overtuigd is van de oordeelsbekwaamheid van het kind. Vanaf 16 jaar kunnen kinderen zelf beslissen over medische ingrepen. Kinderen worden nu in Nederland in het rijksvaccinatieprogramma op een leeftijd van 14 maanden en 9 jaar gevaccineerd tegen mazelen. Als dat om wat voor redenen dan ook niet is gebeurd, kunnen zij zich op een ander moment alsnog laten vaccineren.

De Kinderombudsman spreekt daarnaast ook de Staat aan op haar verantwoordelijkheden. Het is de taak van de overheid om ouders goed te informeren over de mogelijke gevolgen van het niet vaccineren van kinderen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft informatiebrochures die ouders kunnen ondersteunen bij het maken van een beslissing. Het is belangrijk dat deze informatie de ouders bereikt. Ook predikanten uit geloofsgemeenschappen hebben daarin volgens de Kinderombudsman een belangrijke taak. Daarbij vindt de Kinderombudsman dat ouders zich moeten realiseren dat hun beslissing ook gevolgen kan hebben voor de gezondheid van anderen. Hun kind kan immers weer een ander kind besmetten.

Geen verplichting

De Kinderombudsman is geen voorstander van verplichte vaccinaties. In het verleden hebben verplichte vaccinaties volgens het RIVM niet geholpen. De Kinderombudsman wijst op problemen die kunnen ontstaan door vaccinaties verplicht te stellen.