Kwaliteit jeugdzorg beslissingen niet gegarandeerd

10 dec 2013

De Kinderombudsman concludeert dat er met enige regelmaat fouten worden gemaakt in de rapportages die ten grondslag liggen aan ingrijpende maatregelen als uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling van kinderen. Dit ondanks de deskundige en professionele houding van Bureau Jeugdzorg, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de Raad voor de Kinderbescherming.

Om het aantal fouten te minimaliseren, moeten zij waar dit nog niet gebeurt harde kwaliteitsgaranties inbouwen in hun feitenonderzoeken en rapportages. Dat stelt Kinderombudsman Marc Dullaert in zijn onderzoek 'Is de zorg gegrond?', dat vandaag is aangeboden aan de Tweede Kamer.

Ingrijpende maatregelen

Ingrijpen als ouders niet goed voor hun kinderen zorgen, is de plicht van de overheid op basis van het Kinderrechtenverdrag. Vaak is een duwtje in de goede richting voldoende, soms zijn verstrekkende maatregelen noodzakelijk als een ondertoezichtstelling of een uithuisplaatsing. Ook kan een rechter het ouderlijk gezag of een omgangsregeling na scheiding vaststellen.  Dullaert: "Juist omdat deze beslissingen grote gevolgen hebben voor kinderen, moeten deze maatregelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden genomen."

Jaarlijks worden ruim 10.000 kinderen onder toezicht gesteld en ongeveer 3.500 kinderen uithuisgeplaatst. Dit betekent dat er ieder jaar duizenden feitenonderzoeken plaatsvinden. De fouten die voorkomen in het onderzoeksproces en rapportages variëren van een te eenzijdige duiding van incidenten, tot het vermengen van feiten en meningen in de rapportage. Ook worden conclusies niet altijd navolgbaar onderbouwd of wordt informatie van informanten door Bureau Jeugdzorg niet standaard geaccordeerd. En soms zijn er wel protocollen maar worden die in de praktijk niet gevolgd.

Onvoldoende garantie

De Kinderombudsman vindt dat Bureau Jeugdzorg, AMK en de Raad voor de Kinderbescherming nog onvoldoende garanties hebben ingebouwd om fouten in feitenonderzoek en rapportages te minimaliseren. Hij wil dat deze aan minimale criteria voldoen, waardoor de kwaliteit wordt gegarandeerd. Zo moet er onder andere een heldere scheiding komen tussen feiten en meningen en moet hoor- en wederhoor standaard worden opgenomen in de rapportages. Vooral Bureau Jeugdzorg heeft hierop nog een slag te maken. De Raad heeft al een aantal belangrijke kwaliteitsborgen ingebouwd.

Dullaert: "Het veld van de jeugdzorg is uiterst complex. Ik heb groot ontzag voor de professionals die dagelijks moeilijke beslissingen over kinderen moeten nemen. In veel gezinnen waar zij komen is sprake van complexe problematiek. Vaak nemen professionals beslissingen kundig en voldoende onderbouwd, maar uit ons onderzoek blijkt dat dit soms niet gebeurt. Fouten kunnen nooit honderd procent voorkomen worden, maar je kan de kans op fouten wel zo klein mogelijk maken. Kinderen hebben recht hebben op een zorgvuldige beslissing, daarom moeten er hogere kwaliteitseisen komen."

Onderzoek

De Kinderombudsman heeft op verzoek van de Tweede Kamer onderzocht of er in de jeugdzorgketen voldoende aan 'waarheidsvinding' wordt gedaan, van de eerste meldingen bij het Bureau Jeugdzorg, AMK en de Raad voor de Kinderbescherming tot aan de uitspraak door de kinderrechter. Ook heeft hij onderzocht hoe het proces van informatieverzameling en rapportage in de jeugdzorg kan worden verbeterd. Het onderzoek van de Kinderombudsman is uitgevoerd met medewerking van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en kinderrechters. Zeventig professionals werden geïnterviewd en er werd indicatief dossieronderzoek verricht. Ook heeft de Kinderombudsman gesproken met ouders en kinderen. Driehonderd ouders hebben hun ervaringen gedeeld met de Kinderombudsman.