Onacceptabele veiligheidsrisico’s voor kindervluchtelingen

25 jan 2016

Kindervluchtelingen lopen grote veiligheidsrisico’s tijdens hun reis naar en door Europa. Het gaat daarbij vooral om dood, ziekte, mensenhandel, scheiding van ouders, afpersing door smokkelaars, uitbuiting en misbruik. Europese landen en organisaties falen in het beschermen van kindervluchtelingen. Dit concludeert de ‘Taskforce Children on the Move’, een initiatief van de ‘European Network of Ombudspersons for Children (ENOC), waarin 41 Europese Kinderombudsmannen samenwerken.

De Europese Kinderombudsmannen roepen - bij monde van hun voorzitter Marc Dullaert - de Europese leiders op om de veiligheid van kinderen de hoogste prioriteit te geven. Dullaert overhandigt maandagmiddag het rapport aan Vera Jourova, EU-commissaris voor Justitie, Consumenten en Gendergelijkheid. Daarnaast vragen de kinderombudsmannen gezamenlijk in een open brief aan de Europese leiders Juncker, Tusk, Schulz en aan andere hoge vertegenwoordigers van de Europese Unie dat zij kindervluchtelingen de hoogste prioriteit geven. Bovendien overhandigen alle Kinderombudsmannen het rapport maandagmiddag aan de regering in hun eigen land.

In 2015 is het aantal kinderen dat naar Europa is gevlucht om hier internationale bescherming te krijgen, enorm toegenomen. De data die door Eurostat worden aangeleverd zijn nog steeds niet volledig. Op dit moment zijn er al 337.000 kinderen in 2015 geregistreerd als asielzoeker. Dat is 29% van het totaal aantal geregistreerde asielzoekers. Volgens de UNHCR was in juni al 16% van alle migranten die de Middellandse zee overstaken kind; in december was dit percentage opgelopen tot 35%.

Grootste risico’s voor kindervluchtelingen

De reis over de Middellandse Zee is gevaarlijk voor kinderen: circa 30% van alle migranten die omkomen is kind. Kinderen komen nat en koud aan op de kust en lopen het risico op onderkoeling, veelal met ziektes als longontsteking tot gevolg. Er is onvoldoende coördinatie en directe hulp aan de kust van Griekenland. In Lesbos moeten migranten bijvoorbeeld 70 kilometerlopen naar het eerste opvang- en registratiecentrum. Slechts enkele NGO’s zorgen voor transport voor kinderen en gezinnen.

De doorvoercentra langs de Westerse Balkanroute zijn niet voldoende toegerust voor de winter en beschikken over onvoldoende sanitaire voorzieningen. Volgens de UNHCR was slechts 22% tot 45% van de doorvoercentra (percentages verschillen per land) voldoende voorbereid op de winter.

Kinderen lopen, voornamelijk veroorzaakt door chaotische grenscontroles, het risico om tijdens de reis gescheiden te worden van hun ouders. Sommige kinderen worden seksueel misbruikt of mishandeld in de doorvoercentra. Veel kinderen - zowel kinderen die alleen reizen als met hun gezin - worden afgeperst door smokkelaars, waarbij veelal gedreigd wordt met repercussies voor hun familieleden in het land van origine of in vluchtelingenkampen.

Alleenreizende kinderen lopen een vergroot risico om het slachtoffer te worden van mensenhandel en seksuele uitbuiting. Veel van deze kinderen willen zich niet bij de autoriteiten melden, omdat ze bang zijn om in een gevangenschap te worden geplaatst, waardoor ze hun reis naar Noord-Europa niet kunnen vervolgen.

Ook wanneer de kindervluchtelingen aankomen in het land van bestemming lopen ze nog risico. Sommige landen hebben geen systeem voor wettelijk voogdijschap voor onbegeleide kinderen waardoor deze kinderen geen bescherming door volwassenen krijgen. In andere landen duurt deze procedure te lang. Er zijn meldingen over geweld van lokale burgers tegen kindervluchtelingen en ook over geweld tussen kindervluchtelingen onderling. Daarbij zijn vooral meisjes een kwetsbare groep omdat ze in de minderheid zijn. In veel landen worden ook kinderen ook als vermist opgegeven bij de intake centra of worden zij slachtoffer van mensenhandel en uitbuiting. Bovendien is het in veel landen toegestaan - soms wel voor een aantal maanden - om kinderen in detentiecentra te plaatsen die totaal niet kindvriendelijk zijn.

Call for action

Uit een analyse van het Europese antwoord op de toename van het aantal vluchtelingen blijkt dat Europa faalt in de aanpak van deze kwestie. Hoewel grenscontroles en andere maatregelen bovenaan de agenda van de EU en de individuele lidstaten staan, wordt er geen actie ondernomen om kinderen te beschermen. In de EU Agenda voor migratie - de richtlijn die wordt gebruikt door EU organisaties en lidstaten bij de verwerking van de toestroom - worden kinderen slecht eenmaal in een voetnoot genoemd.

Aanbevelingen

De Kinderombudsmannen roepen de Europese Commissie dringend op om een aanvullend actieplan op te stellen voor alle kindervluchtelingen. Europa moet als geheel opstaan, haar inzet intensiveren en de verantwoordelijkheid nemen voor haar internationale verplichtingen aan kinderen.

De Kinderombudsmannen adviseren Europese leiders om kinderen voorrang te geven bij de uitvoering van het herverdelingsplan om zo de risico’s die kinderen lopen op hun route door Europa te verminderen. De Europese Commissie heeft zich gecommitteerd om 160.000 mensen die zich hebben aangemeld voor internationale bescherming vanuit landen als Italië en Griekenland naar andere landen in Europa te heralloceren. Bij deze herallocatie moet er prioriteit gegeven worden aan alleenreizende kinderen en gezinnen met kinderen.

De Kinderombudsmannen adviseren ook om snel verbeteringen aan te brengen aan de condities van de registratie- en doorvoercentra op de route naar Europa. De centra moeten verwarmd en uitgerust worden met warm water, dekens en warme kleren. Ze moeten verder beschikken over kindvriendelijke ruimtes voor kinderen die er overnachten en er moeten aparte slaapruimtes komen voor mannen enerzijds en vrouwen en kinderen anderzijds.

De Kinderombudsmannen adviseren de Europese leiders om beter gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden om Europa binnen te komen. Denk hierbij onder andere aan het verbeteren van de kans op familiehereniging, het opvoeren van het quotum van mensen die geherhuisvest worden en de uitgifte van humanitaire visums.

Financiële steun aan landen die opvang en hulp verlenen aan vluchtelingen moet meer vanuit kinderrechtenperspectief gebeuren. Het gaat dan met name om de steun die de EU aan Turkije biedt naar aanleiding van het actieplan dat op 15 oktober en 29 november 2015 is afgesproken. Specifieke criteria voor financiële steun die meegenomen zouden moeten worden zijn onder andere onderwijs voor ieder kind, kindvriendelijke ruimtes in vluchtelingenkampen en het zorgen voor goed functionerende systemen om kinderen te beschermen.

Over ENOC

De Taskforce vertegenwoordigt 41 Europese Kinderombudsmannen uit 33 landen. Marc Dullaert, de Nederlandse Kinderombudsman, geeft als voorzitter van het Europese netwerk van Kinderombudsmannen ENOC leiding aan de Taskforce. De Taskforce bestaat verder uit de Kinderombudsmannen van Vlaanderen, Kroatië, Engeland, Griekenland, Italië, Malta, Polen, Catalonië en Zweden.