Kinderombudsvrouw: besluitvorming voogdijkinderen schiet tekort

8 nov 2018

De besluitvorming rond voogdijmaatregelen schiet tekort. Zo zijn er geen juridische mogelijkheden om besluiten van jeugdbeschermingsinstellingen te toetsen en voelen voogdijkinderen zich te weinig betrokken bij besluiten. Dit schrijft de Kinderombudsman vandaag in een brief aan de verantwoordelijke ministers en instellingen.

In Nederland staan bijna 12.000 kinderen onder volledige voogdij van een gecertificeerde instelling (GI). Het gezag over het kind ligt dan niet bij de ouder, maar bij een voogd die werkzaam is bij de GI. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer ziet dat jeugdbeschermers het beste willen voor deze kinderen en zich daarvoor inzetten, maar stelt dat er rond besluiten die GI's maken over voogdijkinderen veel verbeterd kan worden: 'Kinderen en jongeren vertellen mij dat ze niet betrokken worden bij besluiten en niet weten welke volwassenen er iets over hun situatie mogen zeggen. Ze hebben het gevoel dat de voogd hen niet genoeg kent om een goed besluit te kunnen nemen. Daarbovenop kunnen zij nergens heen als zij het niet eens zijn met een besluit.' 

Toetsing van besluiten

De Kinderombudsvrouw wil daarom dat het mogelijk wordt om besluiten van GI's over (door)plaatsing van of zorg voor een voogdijkind te laten toetsen door een onafhankelijke partij. 'Op dit moment kunnen voogdijkinderen, pleegouders of andere personen om het kind heen nergens terecht als zij het niet eens zijn met een besluit. Dit terwijl er voor kinderen met een ondertoezichtstelling verschillende mogelijkheden zijn om besluiten en geschillen  voor te leggen aan de kinderrechter. Dit onderscheid is onbegrijpelijk,' aldus de Kinderombudsvrouw.

Ze roept minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister Dekker voor Rechtsbescherming op om te onderzoeken hoe voortaan ook besluiten van GI's over voogdijkinderen getoetst kunnen worden door een onafhankelijke partij.  Ook wil ze dat er in het programma Zorg voor de Jeugd  specifieke aandacht komt voor voogdijkinderen.

Betrekken bij besluiten

Daarnaast roept de Kinderombudsvrouw GI's op om voogdijkinderen beter te betrekken bij besluiten. 'Kinderen hebben het recht om hun visie te geven op belangrijke besluiten in hun leven. GI's moeten zorgen dat voogdijkinderen altijd en op een manier die past bij hun leeftijd en ontwikkeling, worden betrokken bij de besluitvorming.'

Ook wil de Kinderombudsvrouw dat er meer tijd en ruimte komt voor het opbouwen van een vertrouwensband tussen voogdijkinderen en hun voogd: 'Het gaat hier om een kwetsbare groep kinderen die vaak al veel heeft meegemaakt. Het is van het grootste belang dat zij zich gehoord voelen en betrokken worden bij besluiten die gaan over hun leven.'

Verkennend onderzoek

De Kinderombudsman wordt regelmatig benaderd door jeugdhulpverleners, pleegouders of familieleden die het niet eens zijn met besluiten van een GI over (door)plaatsing of over de zorg voor het kind. Hierop is de Kinderombudsman een verkennend onderzoek gestart die de basis vormt voor de brief aan de verantwoordelijk ministers en GI's.

In het onderzoek is gekeken naar de besluitvorming binnen GI's rond (door)plaatsing van of zorg voor een voogdijkind. Ook is onderzocht wie bij de besluitvorming wordt betrokken en hoe voogdijkinderen en  professionals, pleegouders en familieleden een genomen besluit kunnen laten toetsen als zij het er niet mee eens zijn. Voor het onderzoek is onder meer gesproken met kinderen en jongeren die onder voogdij staan, jongerenorganisaties JongWijs en het JeugdWelzijnsBeraad en jeugdbeschermers van GI's.

Downloads

  • Brief aan minister Dekker voor Rechtsbescherming, minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de GI's