Klacht over BJZ Limburg

15 jul 2015

Anna gaat in maart 2011 bij haar opa en oma wonen. Ze staat onder toezicht van Bureau Jeugdzorg (BJZ). De moeder van Anna is het niet eens met de plaatsing van Anna bij opa en oma en moeder en opa en oma maakt daar ruzie over.

BJZ vindt dat Anna uiteindelijk te veel last kreeg van de onenigheid tussen moeder en opa en oma. Daarom vraagt BJZ in januari 2013 aan de rechter toestemming om Anna naar een instelling over te plaatsen. De rechter geeft die toestemming en Anna gaat in een instelling wonen.

Klacht

Opa en oma zijn het daar niet mee eens en zijn niet tevreden over BJZ. Ze dienen een klacht in bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman en Kinderombudsman hebben samen onderzoek gedaan naar de volgende klachten:

  • Er is niet genoeg samenwerking geweest tussen BJZ en andere instanties zoals de politie en de pleegzorgaanbieder. Hierdoor heeft BJZ niet alle informatie verzameld.
  • BJZ heeft niet genoeg gedaan tegen de negatieve invloed van moeder op het pleeggezin en heeft het pleeggezin daarbij niet genoeg gesteund. Daardoor heeft BJZ niet genoeg gedaan om er voor te zorgen dat Anna bij opa en oma kon blijven wonen.

 De Nationale ombudsman beoordeelt klacht 1 aan de hand van de behoorlijkheid: het vereiste van goede voorbereiding. De Nationale ombudsman vindt dat BJZ genoeg heeft gedaan om samen te werken met de andere instanties. De Nationale ombudsman heeft één opmerking: de huisarts van Anna en haar moeder en een psycholoog hebben een brief geschreven waarin zij schrijven dat zij vinden dat Anna bij opa en oma moet blijven. BJZ had daarover in gesprek moeten gaan met hen en dat heeft BJZ niet gedaan. Maar dat betekent niet dat BJZ niet alle relevante informatie heeft verzameld. Er is niet gehandeld in strijd met de behoorlijkheid.

De Kinderombudsman beoordeelt klacht 2 aan de hand van de kinderrechten. De Kinderombudsman ziet dat opa en oma graag voor Anna hadden willen blijven zorgen. Uit het onderzoek blijkt dat BJZ ook heeft geprobeerd om Anna bij opa en oma te kunnen laten wonen. Maar door alle omstandigheden kon dat uiteindelijk niet. Dat is verdrietig, maar uiteindelijk horen de belangen van Anna voorop te staan en niet de wens van opa en oma om voor hun kleindochter te kunnen blijven zorgen. Daarin valt BJZ niets te verwijten. Er is niet gehandeld in strijd met de kinderrechten.

Klik hier voor het rapport