Laat mij niet zitten: voorkom vervangende jeugddetentie

18 jul 2018

Danny wordt op vijftienjarige leeftijd veroordeeld voor mishandeling en openlijke geweldpleging. De rechter legt hem een taakstraf op en ook moet Danny een schadevergoeding betalen aan de slachtoffers. De taakstraf voert Danny uit, maar het lukt hem niet om het bedrag van de schadevergoeding te betalen. Daarom moet hij vijftien dagen naar de jeugdgevangenis.

De Kinderombudsman heeft naar aanleiding van de zaak van Danny een verkennend onderzoek gedaan naar systeem van de vervangende jeugddetentie bij schadevergoeding. Wat zegt de wet, hoe wordt het in de praktijk uitgevoerd en wat zou er verbeterd kunnen worden om in de toekomst te voorkomen dat jongeren zoals Danny in de gevangenis terecht komen?

Keuze, geen verplichting

In Nederland kan de rechter een schadevergoeding opleggen die de dader moet betalen aan het slachtoffer. Dit is de zogenaamde schadevergoedingsmaatregel. Bij volwassenen wordt hieraan altijd een vervangende hechtenis verbonden: als de veroordeelde de schadevergoeding niet betaalt, moet hij een aantal dagen de gevangenis in, afhankelijk van de hoogte van de schadevergoeding. Bij minderjarigen kan de rechter ervoor kiezen om vervangende jeugddetentie op te leggen. Dit hoeft dus niet. In het geval van Danny kiest de rechter om aan de schadevergoedingsmaatregel vijftien dagen jeugddetentie te verbinden. Als Danny de schadevergoeding na anderhalf jaar nog niet betaald heeft, moet hij zich melden op het politiebureau.

Interventie

Als Danny een dag in de jeugdgevangenis zit, neemt zijn vader contact op met de Kinderombudsman. Hij vindt het verschrikkelijk dat zijn zoon, die sinds de veroordeling op het goede pad is, vast moet zitten. Hij is bang dat zijn zoon slechter uit de gevangenis komt en vraagt zich af of er geen andere manier is om de zaak op te lossen.

De Kinderombudsman neemt contact op met het Openbaar Ministerie. Het jeugdstrafrecht hoort een pedagogisch karakter te hebben en het is onduidelijk welk pedagogisch effect uitgaat van vijftien dagen in een jeugdgevangenis. Danny moet dus zo snel mogelijk vrijkomen en er moet een regeling komen om de schadevergoeding af te lossen. Na de interventie van de Kinderombudsman wordt een betalingsregeling overeengekomen waarin Danny de vergoeding in termijnen mag betalen. De volgende ochtend mag Danny de jeugdgevangenis verlaten.

Uitgangspunt: geen vervangende jeugddetentie

Naar aanleiding van de zaak van Danny en het onderzoek stelt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat vervangende jeugddetentie bij minderjarigen niet in hun belang is en voorkomen moet worden: 'Het is voor jongeren zoals Danny heel ingrijpend en ook onnodig om in de gevangenis terecht te komen. Het uitgangspunt moet dus zijn dat er geen vervangende jeugddetentie wordt opgelegd aan minderjarigen en er gezocht wordt naar andere oplossingen.' Ze adviseert  het OM en de rechterlijke macht om hierover in gesprek te gaan en waar mogelijk richtlijnen op te stellen. Ook moet er meer maatwerk geleverd worden: wat is in welke situatie goed voor welk kind? Daarnaast moet een minderjarige die wordt veroordeeld tot de schadevergoedingsmaatregel ondersteund worden bij het voldoen aan de betalingsverplichting. 

Downloads

Rapport: Laat mij niet zitten. Schadevergoeding en vervangende jeugddetentie in het strafrecht jeugdstrafrecht