Mag ik mijn zakgeld?

1 aug 2017

De Kinderombudsman roept gemeenten, jeugdbeschermingsinstellingen en zorgaanbieders op hun verantwoordelijkheid te nemen om te zorgen dat de problemen rond de vergoeding van zak- en kleedgeld voor jongeren opgelost worden. Dat staat in het rapport 'Mag ik mijn zakgeld', dat vandaag is verschenen.

De Kinderombudsman heeft het afgelopen jaar meerdere klachten en signalen ontvangen over problemen rond de vergoeding van zak- en kleedgeld voor jongeren die met een ondertoezichtstelling of een voogdijmaatregel in een instelling verblijven. In de praktijk blijkt dat veel jongeren deze vergoeding niet ontvangen.

Jongeren de dupe

Gemeenten, gecertificeerde instellingen (GI’s) en aanbieders wijzen naar elkaar als de verantwoordelijke voor het vergoeden van het zak- en kleedgeld. Jongeren zijn hier de dupe van. Noodzakelijke benodigdheden zoals winterkleding of schoolspullen kunnen niet worden aangeschaft of moeten via fondsen worden aangevraagd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

De Kinderombudsman roept daarom alle gemeentes, GI's en aanbieders op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen om de problemen rond de vergoeding van zak- en kleedgeld aan te pakken. Vóór 1 januari 2018 moeten er duidelijke afspraken zijn over de vergoeding van het zak- en kleedgeld in de jeugdbescherming. De gemaakte afspraken moeten duidelijk gecommuniceerd worden aan alle betrokken organisaties, zodat bij iedereen de verantwoordelijkheden helder zijn.

De Kinderombudsman roept de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op om in samenspraak met de VNG, gemeenten te wijzen op hun verantwoordelijkheden en bij te sturen wanneer de problemen rond zak- en kleedgeld blijven bestaan.