Rapport: Kind toch op straat

26 jun 2017

Rasha is geboren uit een relatie tussen haar moeder zonder verblijfstatus en haar Nederlandse vader. Ze verbleef samen met haar moeder in een gezinslocatie van het COA. Toen Rasha via haar vader de Nederlandse nationaliteit kreeg, heeft de DT&V te kennen gegeven dat Rasha en haar moeder de gezinslocatie moesten verlaten. De moeder van Rasha heeft via haar advocaat geklaagd bij de Kinderombudsman over het niet bieden van onderdak door het COA.

De vader van Rasha zou het gezin onderhouden en opvangen in zijn eigen huis, maar kwam hier later op terug. Op advies van de advocaat heeft moeder zich gemeld bij het COA om aan te geven dat zij niet langer welkom waren bij de vader van Rasha en onderdak nodig hadden. Het COA is in overleg gegaan met de DT&V. Die besloot geen onderdak te bieden aan Rasha en haar moeder, omdat Rasha Nederlandse is geworden en een gezinslocatie is niet bedoeld voor de opvang van Nederlandse kinderen. Het COA heeft moeder en Rasha verzocht de gezinslocatie te verlaten. Zij konden een paar dagen bij vrienden verblijven, maar kwamen daarna op straat te staan. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een melding door de gemeente Amersfoort bij de crisisdienst van jeugdbescherming.

Klacht terecht

De Kinderombudsman heeft onderzoek gedaan naar de klacht. Het COA geeft aan dat de DT&V beslist of een illegale ouder met een Nederlands kind mag verblijven in een gezinslocatie. De Kinderombudsman vindt echter dat het COA als onderdeel van de overheid ten alle tijde haar zorgplicht dient te vervullen en Rasha met haar moeder naar de juiste loketten had moeten doorverwijzen voor het verkrijgen van onderdak en eventueel (jeugd)hulp. Het COA had verder de gemeente moeten informeren over de situatie van Rasha en haar moeder.