Rapport n.a.v. een klacht over de IND

12 jan 2015

Drie meisjes woonden met hun moeder in Ethiopië. Hun moeder vluchtte naar Nederland en mocht hier blijven wonen. De meisjes vluchtten met een buurvrouw naar Jemen. Ze waren 9, 10 en 11 en wilden graag weer bij hun moeder wonen, in Nederland.

Hun moeder vroeg toestemming aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Van de IND moesten de kinderen naar een Nederlandse ambassade voor de aanvraag. Dat kon niet bij de ambassade in Jemen: er waren wel mensen, maar de ambassade was niet open. De meisjes moesten naar een ambassade in Kenia, Ethiopië of een buurland van Jemen. Dat betekende dat de meisjes in hun eentje een gevaarlijke reis moesten maken. De moeder en haar advocaat hebben de IND gevraagd of niet kon worden geregeld dat de aanvraag toch bij de Nederlandse ambassade in Jemen of de ambassade van een bevriend land in Jemen mocht worden gedaan. Volgens de IND kon dat niet. De moeder en de advocaat hebben een klacht ingediend bij de IND. Ze kregen geen gelijk. Toen hebben ze hun klacht voorgelegd bij de Kinderombudsman. Die heeft een onderzoek gedaan.

Gezinshereniging

Deze situatie gaat over gezinshereniging: ouders en kinderen zijn van elkaar gescheiden geraakt en ouders willen dat hun kinderen weer bij hen kunnen wonen. In het Kinderrechtenverdrag staat dat een verzoek om gezinshereniging met welwillendheid, menselijkheid en spoed moet worden behandeld. En de belangen van het kind zijn altijd een eerste overweging. De Kinderombudsman vindt daarom dat de IND actief moet meezoeken naar een oplossing en dat vaste afspraken en procedures moeten worden afgewogen tegenover de belangen van kinderen. De Kinderombudsman vindt dat de medewerkers van de IND wel hun best hebben gedaan, maar dat de IND toch beter zijn best had moeten doen. Er had een oplossing gevonden moeten worden voor deze jonge meisjes en dat had ook gekund. De Kinderombudsman vindt dat de klacht gegrond is en vraagt de IND om het voortaan anders te doen.

Download het Rapport KOM001/2015