Rapport n.a.v. klacht over hoofdofficier van Justitie

19 dec 2011

De minderjarige Jurgen wordt ervan verdacht dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. De politie heeft hem verhoord en een dossier naar het Openbaar Ministerie (OM) gestuurd. Een medewerker van het OM belt naar de advocaat van Jurgen. De medewerker vertelt dat het slachtoffer schade heeft geleden door het strafbare feit waar Jurgen van wordt verdacht. De medewerker vraagt of Jurgen deze schade wil betalen.

De advocaat zegt dat hij nog geen antwoord kan geven op die vraag, want hij heeft nog niet het hele dossier ontvangen en heeft Jurgen nog geen advies kunnen geven. De medewerker van het OM belt diezelfde dag de vader van Jurgen en vraagt ook aan hem of Jurgen de schade wil betalen. De vader zegt dat ze dat zullen doen. De vader zegt later tegen de advocaat dat hij het gevoel had dat hij geen keuze had.

De advocaat is het er niet mee eens dat de medewerker contact heeft opgenomen met de vader van Jurgen, zonder dat de advocaat dat wist. De advocaat dient een klacht in bij de hoofdofficier van justitie. De hoofdofficier is het niet met de klacht eens, want het OM vindt het belangrijk dat zaken snel worden afgehandeld. De hoofdofficier verklaart de klacht ongegrond. Hij wijst de klacht dus af.

De advocaat dient vervolgens een klacht in bij de Nationale ombudsman. De advocaat vindt dat het snel afhandelen van zaken goed is, maar een advocaat kan zijn werk niet goed doen als het OM buiten hem om contact opneemt met de ouders.

Rapport n.a.v klacht over hoofdofficier van Justitie