Rapport n.a.v. klacht over Nederlandse ambassade in Suriname

18 jan 2016

Op verzoek van de vader geeft de Nederlandse ambassade in Suriname een noodpaspoort af zodat hij zijn zevenjarige zoon zonder medeweten van de grootouders bij wie hij woont, mee kan nemen naar Nederland.

Op dat moment is niet duidelijk bij wie het gezag over het kind ligt. De Nationale ombudsman vindt dat het vereiste van goede voorbereiding is geschonden, omdat is afgegaan op eenzijdige informatie van alleen de vader en niet de grootouders van het kind m.b.t. het gezag. De Kinderombudsman is van mening dat er bij de afgifte van een noodpaspoort niet is gekeken naar de mening en het belang van het kind conform het Internationaal verdrag voor de Rechten van het Kind.

Oordeel: beide klachten zijn gegrond

Download het rapport: De volgende dag was alles anders

Samenvatting

Mees en zijn ouders woonden in Nederland. In mei 2010 is Mees op driejarige leeftijd samen met zijn ouders naar Suriname vertrokken. De relatie tussen de vader en de moeder van Mees verliep niet goed en werd per 4 juli 2010 beëindigd. Zijn moeder besloot met Mees in Suriname te blijven wonen bij verzoekers. Moeder had het gezag over Mees. De vader had Mees wel erkend maar deelde niet in het gezag over hem. De vader is teruggekeerd naar Nederland op 5 juli 2010. Op 28 augustus 2010 is de moeder van Mees plotseling overleden. Verzoekers, de grootouders van Mees, hebben vanaf dat moment de dagelijkse verzorging van Mees op zich genomen en niet snel daarna liepen er juridische procedures in zowel Suriname als Nederland over het gezag en de voogdij van Mees. De verzorging door de grootouders duurde drieënhalf jaar totdat op 4 oktober 2013 Mees plotseling door zijn vader is meegenomen van het schoolplein en is overgebracht naar Nederland met behulp van de makers van een televisieprogramma. Voor het daadwerkelijk kunnen vertrekken naar Nederland moest Mees beschikken over een geldig reisdocument. De Nederlandse ambassade in Suriname heeft hiertoe op verzoek van de vader een noodpaspoort afgegeven voor Mees. Voor het onderzoek staan twee vragen centraal: Of de vader bevoegd was de aanvraag voor het noodpaspoort in te dienen en of terecht een noodpaspoort is verstrekt. De situatie is juridisch complex en de Nationale ombudsman oordeelt dat - naast dat de vader bevoegd was de aanvraag in te dienen - de minister het vereiste van een goede voorbereiding heeft geschonden door eenzijdig af te gaan op de informatie van vader bij het verstrekken van het reisdocument. De Kinderombudsman oordeelt dat de afgifte van het noodpaspoort in strijd is met het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind, aangezien uit het onderzoek niet is gebleken dat het belang en de mening van het kind op enige wijze is betrokken in de beslissing tot afgifte.

 

 

 

Download het rapport