Pesten

Pesten

Uitgelachen worden omdat je niet zo goed kan rekenen als de rest. Niet mee mogen spelen omdat je er anders uitziet. Of na school opgewacht en geslagen worden door een groep kinderen. Het zijn voorbeelden van pesten.  Veel kinderen hebben er last van. In elke schoolklas zitten er wel drie die elke dag of elke week gepest worden.

Dat kan op school zijn, of in de buurt, of op internet. Kinderen die gepest worden, vinden dat erg naar. Ze worden er verdrietig van, krijgen buikpijn, slapen slecht of voelen zich eenzaam. Sommige kinderen durven zelfs niet meer naar school.

Pesten en Kinderrechten

De regering moet zorgen dat alle kinderen naar school kunnen in een veilige omgeving. Dat betekent dat ze het pesten moeten aanpakken. Ook moet de regering het pesten op internet en in buurten tegengaan. De scholen en ouders moeten dat natuurlijk ook. Kinderen hebben het recht om beschermd te worden tegen geweld, of dat nou slaan is, buitensluiten of uitschelden.

De Kinderombudsman en pesten

De Kinderombudsman vindt het heel erg dat kinderen worden gepest. Hij vindt dat de regering en de scholen moeten zorgen dat kinderen elkaar niet meer pesten. De Kinderombudsman denkt dat als kinderen meer weten over pesten, en hoe verdrietig je daarvan wordt, dat ze aardiger worden voor elkaar. Scholen moeten daarom zorgen dat kinderen met elkaar praten over pesten en dat leraren weten hoe ze kinderen die gepest worden kunnen helpen. De Kinderombudsman heeft daarvoor in maart 2013 een plan gemaakt, samen met staatssecretaris Sander Dekker van het ministerie van Onderwijs. Die is het plan nu verder aan het uitwerken