Ewa* is één jaar als ze met haar ouders uit Afghanistan naar Nederland vlucht. Hier blijkt dat zij doof is. Na onderzoek in het ziekenhuis blijkt dat Ewa geschikt is voor speciale gehoorimplantaten waarmee ze kan ze leren horen en spreken. Hoe jonger deze geplaatst worden, hoe beter. Toch besluit het ziekenhuis dat zij deze Cochleaire Implantaten (CI) niet krijgt. De ouders van Ewa vragen tevergeefs aan het ministerie van Justitie en Veiligheid of die de kosten voor de implantaten wil betalen en doen nieuwe asielaanvragen.

Klachten

Als Ewa vijf jaar is en nog steeds geen implantaten heeft, dient haar advocaat klachten in bij de Kinderombudsman. De klachten zijn dat het ziekenhuis ten onrechte heeft besloten dat Ewa op eenjarige leeftijd geen implantaten kreeg. En dat de betrokken partijen uit de vreemdelingenketen niet genoeg gedaan om samen met het ziekenhuis, Ewa en haar ouders te praten over een oplossing.

Oordeel

Na uitgebreid onderzoek concludeert de Kinderombudsvrouw dat beide klachten gegrond zijn: 'Het ziekenhuis, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de andere partijen uit de vreemdelingenketen hebben niet gehandeld in het belang van Ewa. Voor haar ontwikkeling en gezondheid had Ewa de implantaten zo jong mogelijk moeten krijgen. Dat is niet gebeurd, omdat de belangen van het ziekenhuis en het ministerie voorop stonden en zij niet geprobeerd hebben om samen een oplossing te vinden.'
De Kinderombudsvrouw stelt dat Ewa de dupe is geworden van de kloof tussen twee werelden die vaak weinig met elkaar te maken hebben en elkaar dus ook slecht konden vinden: de gezondheidszorg en het vreemdelingenrecht: 'In beide werelden was geen wil om met de ander in overleg te treden over wat nu het beste zou zijn voor Ewa en om daarvoor informatie bij elkaar te brengen. Waar geen wil is, ontstaat geen weg, hoeveel mogelijkheden er ook zijn.'

Aanbevelingen

Om te zorgen dat geen kind meer hoeft mee te maken wat Ewa heeft meegemaakt wil de Kinderombudsvrouw dat het ziekenhuis en het ministerie samen met andere organisaties voor gezondheidszorg en vreemdelingenrecht een richtlijn opstellen. Daarin moet staan hoe de zorg voor kinderen die (nog) geen verblijfsvergunning hebben geregeld wordt en hoe je daarover met elkaar in gesprek gaat.

In het rapport geeft ze een aantal uitgangspunten die in het gesprek meegenomen moeten worden. Zo mag er geen onderscheid gemaakt worden tussen de zorg voor kinderen met of zonder verblijfsrecht. Ook moet er altijd een goede belangenafweging worden gemaakt, waarbij de belangen van het kind en andere belangen apart in kaart worden gebracht en de belangen van het kind zwaarwegend zijn. 'Voor het einde van 2019 wil ik horen wat de instanties gaan doen om te zorgen dat kinderen niet meer klem komen te zitten tussen de wereld van de gezondheidszorg en de wereld van het vreemdelingenrecht.'

Ewa

Voor Ewa komt dit waarschijnlijk te laat. Vorig jaar heeft zij een verblijfsvergunning gekregen, maar ze is inmiddels te oud om direct twee gehoorimplantaten te krijgen. Nu één implantaat is geplaatst, moet eerst blijken of dat goed gaat en pas dan krijgt ze misschien een tweede. De kans is groot dat ze niet of niet goed genoeg meer leert horen en spreken.

* Ewa is niet de echte naam van het meisje.

Lees hier het onderzoek Waar geen wil is, is geen weg