Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) die 18 jaar worden, lopen tegen verschillende problemen aan. Tot hun 18e zijn er veel voorzieningen en krijgen zij ondersteuning vanuit Nidos. Daarna stopt deze hulp. Zij vallen dan terug op reguliere voorzieningen vanuit gemeenten. Uit onderzoek blijkt dat de tijd om zich voor te bereiden op zelfstandigheid in een onbekende samenleving vaak te kort is. En de overdracht van Nidos naar gemeenten niet altijd goed gaat. Een deel van de amv's raakt daardoor in financiële en psychische problemen.

De Nationale ombudsman en de Kinderombudsman starten een onderzoek naar de begeleiding van deze jonge mensen. Ook willen zij meer inzicht krijgen in de ervaringen van amv's rondom en in de eerste jaren na hun 18e levensjaar. Welke oplossingen en ondersteuning verwachten zij en wat mógen zij in redelijkheid van gemeenten en Nidos verwachten? En wat hebben gemeenten nodig om daaraan te voldoen? De ombudsmannen kijken daarbij ook wat de rol van het Rijk is als stelselverantwoordelijke.

Deze jonge mensen zijn en blijven in Nederland en moeten onder uitdagende omstandigheden volwassen en zelfstandig worden. Het is daarom in het belang van de jongeren én de samenleving dat zij daarin op een passende manier begeleid worden.

Opzet van het onderzoek

In het komende half jaar spreken de ombudsmannen onder meer met amv's, hun hulpverleners, gemeenten en Nidos. Dit moet knelpunten en goede ervaringen in beeld brengen. Vervolgens gaan zij in gesprek met het ministerie van Justitie en Veiligheid en andere betrokken ministeries. De verwachting is dat het onderzoek in het najaar van 2021 wordt afgerond.