De Kinderombudsman is de afgelopen jaren meerdere malen benaderd door pleegkinderen, pleegouders en professionals die problemen hadden door het ontbreken van een pleegzorgcontract. Zo ook de veertienjarige Pien, waarbij het pleegzorgcontract na dertien jaar eenzijdig werd beëindigd door de pleegzorgaanbieder. Hierdoor zijn haar pleegouders formeel geen pleegouders meer en daarmee is ook de pleegzorgbegeleiding en -vergoeding komen te vervallen. Pien maakt zich grote zorgen. Kunnen haar schoolboeken nu nog wel worden betaald? En betekent dit dat zij na dertien jaar weg moet bij haar pleegouders?

Onzekerheid

Na aanleiding van het verhaal van Pien en de andere klachten en signalen is Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer een verkennend onderzoek gestart. Zij stelt dat het niet ontvangen van pleegzorgbegeleiding en -vergoeding grote gevolgen kan hebben voor de kleine groep kinderen en hun pleegouders die hiermee te maken hebben: 'Er kunnen geldproblemen ontstaan, het kan leiden tot spanningen binnen het gezin en zelfs tot het overplaatsen van kinderen die juist op de best passende plek zitten in hun pleeggezin. Het gedoe rond contracten zorgt voor stress en onzekerheid bij kinderen die het toch al niet makkelijk hebben.'

Knelpunten

Uit het onderzoek blijkt dat deze pleegzorgproblematiek ontstaat door knelpunten in het proces van besluitvorming door de Gecertificeerde Instellingen (GI's) en de pleegzorgaanbieders. Zo maakt de GI een eigen afweging over wat op dat moment de best passende plek is voor het kind, terwijl de pleegzorgaanbieder toetst of de pleegouders (nog) voldoen aan de screeningsvoorwaarden. Het is vervolgens onduidelijk of de afweging van de GI of van de pleegzorgaanbieder hierin leidend is.

Ook zijn er knelpunten in de zoektocht naar een praktische oplossing als er geen contract (meer) is, terwijl het pleegkind op dat moment wel op de best passende plek zit in het pleeggezin. Zo is het voor een GI vrijwel onmogelijk om een nieuwe pleegzorgaanbieder te vinden, omdat de meeste aanbieders geen contract willen afsluiten als deze bij een andere aanbieder is stopgezet. Als een GI en een pleegzorgaanbieder er samen niet uitkomen, duurt het vaak lang voordat de gemeente, die zorgplicht heeft voor een kind, met een oplossing komt. Ook is het voor de GI's, pleegzorgaanbieders en de gemeenten soms niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de zorg voor een kind, en dus voor een oplossing van het probleem.

Samen verantwoordelijkheid nemen

De Kinderombudsvrouw roept de verantwoordelijke partijen op om samen tot een structurele oplossing te komen voor kinderen die in een pleeggezin zitten zonder pleegzorgbegeleiding en – vergoeding: 'Ik zie dat iedereen het beste voor heeft met deze kinderen, maar dat het door onduidelijkheid in besluitvorming en over verantwoordelijkheden mis gaat. Het is weer een voorbeeld van hoe systemen en regels goede hulp aan kinderen in de weg staan. Iedereen wijst naar elkaar, maar uiteindelijk neemt niemand verantwoordelijkheid.' In maart vroeg de Kinderombudsvrouw minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daarom om te komen tot een overkoepelende visie op alle hulp aan jeugd in Nederland, om zo de bestaande barrières en schotten weg te nemen. 

De Kinderombudsvrouw wil dat GI's, pleegzorgaanbieders en gemeenten met elkaar afspraken maken over ieders verantwoordelijkheid als het pleegzorgcontract wordt beëindigd of niet tot stand komt, terwijl het pleegkind op dat moment wel op de best passende plek zit in het pleeggezin. Ook wil ze dat minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister Dekker van Rechtsbescherming onderzoeken of het mogelijk is om het besluit van de pleegzorgaanbieder voor te kunnen leggen aan de kinderrechter of een andere onafhankelijke derde. 

Lees hier alle conclusies en aanbevelingen uit het verkennende onderzoek